...werken aan het beeld van ons dorp

De naam van deze rubriek zegt het al: actief zijn in Buitenpost. Alle mogelijke verenigingen zijn hierin al aan bod geweest. Maar de meest voor de hand liggende groep is nog nooit aan het woord gekomen: de redactie van deze krant.

De redactie telt nu vijf man. Het zijn dorpsgenoten die het leuk vinden om te schrijven en die willen laten zien dat Buitenpost best wat te bieden heeft. Johan Kootstra: “Dat is n van onze doelstellingen: aan het beeld dat veel mensen van het dorp hebben te werken. Ook hier wonen hele interessante mensen die best wat te vertellen hebben en zowel cultureel als op sportgebied is ons dorp ook actief. Mensen zien het vaak alleen niet. Het blad probeert daarop te attenderen.”

Dit sluit aan op de uitkomsten van een onderzoek dat studenten van de Christelijke Hogeschool Nederland uit Leeuwarden een aantal jaren geleden deden naar de dorpsbeleving van de Buitenposters. Deze waren voor Plaatselijk Belang Buitenpost (PBB) aanleiding om eens na te denken over een eigen dorpskrant. In die periode werd Johan gevraagd voor de redactie. “PBB vulde toen een periode witruimtes in een advertentieblaadje van de marktkooplui met wat nieuwtjes, sportuitslagen en oude foto’s. Maar een echte krant was het niet.” Het blaadje verdween en er verscheen een wat luxere editie voor in de plaats met meer stukken en onder de naam ‘Buitenpost in het nieuws’. Het werd tijd voor een ‘echte’ dorpskrant en in november 1999 viel de Binnenste Buitenpost in zijn huidige vorm bij alle inwoners op de mat. “De eerste reacties waren positief maar, terugkijkend, hebben wij in de loop van de jaren een flink aantal kinderziektes moeten overwinnen. De eerste nummers waren eigenlijk twaalf pagina’s tellende plakboeken. De kopij die wij kregen toegestuurd werd er zo ingezet en van opmaak had niemand veel kaas gegeten. Inmiddels is dat een stuk beter geworden en ik vind dat wij nog steeds groeien. Toen ermee begonnen werd waren er reacties als: ‘dat bestaat nog geen jaar’. Na zes jaar is het tegendeel wel bewezen. Maar zonder de groep van vaste medewerkers, gemotiveerde (oud-)redactieleden en adverteerders was het zeker niet gelukt.”

De samenstelling van de redactie is in haar korte bestaan al een aantal keren veranderd. Sigrid van der Zwan reageerde op een oproep van de redactie toen ze net in het dorp was komen wonen. “Ik heb jarenlang in Burum gewoond, maar ik ben hier opgegroeid. Daardoor ken ik ken nog veel mensen uit die tijd en dat is voor dit werk erg handig. Dat sociale aspect is voor mij erg belangrijk. Door voor de krant te schijven heb ik het gevoel dat ik wat voor anderen kan betekenen.” Ook Marieke Driebergen kwam via een oproep bij de krant terecht. Schrijfervaring werd niet gevraagd, wel een hoop enthousiasme. “Mijn moeder en mijn vriend maakten me attent op de oproep. Ik had totaal geen schrijfervaring, maar ik kreeg vaak leuke reacties op mijn mailtjes. Daar wilde ik wat mee doen. Schrijven voor jezelf is leuk, maar als andere mensen het lezen is natuurlijk nog veel leuker. En daarbij komt dat ik van nature erg nieuwsgierig ben en graag mag weten wat mensen drijft.”

Een ingezonden brief van Cornelis Visser was aanleiding om hem voor de redactie te vragen. Cornelis is het enige lid dat ‘import’ is. Vijf jaar geleden verhuisde hij naar Buitenpost. Ook hij vindt dat er te negatief over het dorp wordt gedacht. “Toen ik hier kwam wonen bleek dit beeld helemaal niet te kloppen. Ik hoop dat we daar met onze krant verandering in kunnen brengen. Door bijvoorbeeld over het verenigingsleven te schrijven, wat in ons dorp volop leeft, kun je mensen een andere kant van Buitenpost te laten zien.” Anneke Paauw is als laatste het team komen versterken. De geboren Buitenposter en oud-directrice van basisschool de Mienskip is sociaal erg betrokken bij het dorp. “Het is goed om een redactie te hebben met mensen met verschillende achtergronden”, vertelt ze. “Iedereen heeft weer andere ideen voor de krant en dan bedien je een zo breed mogelijk publiek. Ik ga bijvoorbeeld proberen de jeugd meer bij de krant te betrekken. En misschien lukt het ons uiteindelijk wel om jeugdredactie op te zetten. Wie weet.”