In 1917 verschoot Achtkarspelen van kleur voor wat de politieke richting van de burgemeester betrof. Rondom de benoeming van een nieuwe ambtsdrager ontstond nogal wat commotie. Handtekeningenacties van bepaalde groepen ingezetenen waren het gevolg. Volgens de Commissaris van de Koningin waren de politieke hartstochten in Achtkarspelen voortdurend scherper geworden en had de vacature de gemoederen nogal in beweging gebracht.

Gedurende de 19e eeuw hebben de liberalen bijna veertig jaar in de Nederlandse volksvertegenwoordiging onafgebroken de meerderheid gehad. Zelden is een maatschappelijke groep zo machtig geweest. Zij hadden bijna de gehele dagbladpers in handen en hun mannen bezetten de leerstoelen aan de universiteiten. De rechters, de notarissen, de burgemeesters, de advocaten, de artsen, zij waren vrijzinnig en dus liberaal. Toen de antirevolutionaire dr. Kuyper in 1901 minister president werd, liet hij nagaan hoe de provincies, die een liberale Commissaris der Koningin hadden, met liberale burgemeesters waren bezet. Van de 43 burgemeesters in Fryslân waren 36 liberaal, terwijl Groningen en Drenthe slechts één ambtsdrager hadden die niet tot deze partij behoorde. Door de opkomst van andere partijen zoals de antirevolutionaire en de socialistische, begonnen de politieke verhoudingen langzamerhand te veranderen. In de gemeenteraad van Achtkarspelen, hadden rond 1889, toen er een felle discussie was over de vestigingsplaats van het gemeentehuis, twee partijen zitting, te weten de liberale en de antirevolutionaire. In het begin van de 20e eeuw kwam daar de christelijk historische partij (CH), later de CHU. Dit is nog vele jaren zo gebleven. Eerst na 1919 waren de socialisten (SDAP) in de gemeenteraad vertegenwoordigd. Hoewel deze partij omstreeks het jaar 1900 al in beeld kwam bij de verkiezingen, had men steeds te weinig stemmen om een zetel te krijgen. In 1915 gingen er zelfs binnen de AR-partij stemmen op om aan de SDAP een zetel af te staan, maar dat is er niet van gekomen. Dit onderwerp kwam destijds ter tafel in een vergadering van de gemeentelijke kiesvereniging. Lang niet ieder had kiesrecht. Men moest aan bepaalde eisen voldoen van welstand en geschiktheid. Zo was er sprake van belastingkiezers, loonkiezers, spaarkiezers en diplomakiezers. Het algemeen kiesrecht voor de mannen kwam pas in 1918. Het aantal kiezers voor de gemeenteraad in Achtkarspelen, dat in 1917 een aantal van 2134 bedroeg, steeg een jaar later tot 3156. In de politieke verhoudingen kwam ook hierdoor een ander beeld te ontstaan. De vrouwen mochten in 1922 naar de stembus.

De vacature

burgemeester wytze bekkerOp 25 augustus 1917 kwam burgemeester Wijtze Bekker op 74-jarige leeftijd te overlijden. De man stierf dus in het harnas. Blijkbaar hoefde een burgemeester destijds bij 65 jaar nog niet het veld te ruimen. In 1912 was Bekker nog voor 6 jaar herbenoemd. De Commissaris der Koningin schreef toen aan de Minister van Binnenlandse Zaken: "Heeft zijn ambt steeds met ijver en nauwgezetheid vervuld. Hij is reeds 69 jaar, maar maakt den indruk nog flink en gezond naar lichaam en geest te zijn. De leeftijd is geen bezwaar en herbenoeming is in het belang van de gemeente Achtkarspelen". Men maakte wel haast om een opvolger te krijgen, want in de maand september 1917 waren alle sollicitatiebrieven al binnen in Den Haag. Deze werden doorgezonden naar de (liberale) Commissaris der Koningin in Leeuwarden, te weten mr P.A.V. baron van Harinxma thoe Slooten, die een voordracht uit de sollicitanten moest opmaken. Deze lange brief, d.d. 27 september 1917, aan de Minister van Binnenlandse Zaken is bewaard gebleven en kon worden geraadpleegd op het Ryksargyf in Leeuwarden. Meneer van Harinxma thoe Slooten had er met een brief van bijna 20 geschreven bladzijden veel werk van gemaakt. Naast de bijzonderheden over de sollicitanten en de handtekeningenacties van ingezetenen, gaf hij ook zijn visie op de politieke en maatschappelijke verhoudingen. Hij schreef hierover het volgende: "De gemeente Achtkarspelen is eene plattelandsgemeente van 13.921 zielen. De grote meerderheid der inwoners behoort tot de Rechtse Staatspartijen en bepaaldelijk de gereformeerde kerken tellen in die gemeente veel aanhangers. Een paar liberale raadsleden worden door de  rechtste partijen in de gemeenteraad toegelaten, maar de overgrote meerderheid van de gemeenteraad van Achtkarspelen is in overeenstemming met de meerderheid der bevolking, de zogenaamde rechtsen staatspartijen toegedaan. Deze verhouding in den gemeenteraad is naar ik meen 9 antirevolutionnairen, 4 christelijk historischen en 2 liberalen. De gemeente Achtkarspelen is vanouds een arme gemeente. De laatste jaren is echter in deze gemeente een belangrijke vooruitgang te bespeuren in de welvaart der bevolking. In die meerdere welvaart deelen niet alleen de boeren en burgerbevolking, maar ook de talrijke arbeidersklassen in eht zuiden van de gemeente. De vanouds in deze provincie beruchte heidebewoners, wier hutten in nabootsing op menige tentoonstelling buiten deze provincie zijn vertoond om het medelijden op te wekken en de weldadigheid in te roepen voor de opheffing dezer op een zeer laag peil van beschaving staande arbeidersbevolking. Deze lieden behoren voor een belangrijk deel tot de gereformeerde kerk en leveren bij verkiezingen een groot aantal stemmen aan de antirevolutionaire partij. De beter gesitueerden behoren veelal tot de linkse staatspartijen, maar hun aantal is te gering om bij verkiezingen belangrijke invloed uit te oefenen".

Autoritair

commissaris harinxma thoe slootenPieter Albert Vincint Baron van Harinxma thoe Slooten (1870-1954) volgde zijn vader in 1909 op als Commissaris en werd in de wandeling Baron Piet genoemd. Bij de benoeming van burgemeesters zorgde hij er zo veel mogelijk voor dat die zijn behoudende (liberale) inzichten deelden. Evenals zijn vader was hij een autoritair persoon. Zijn kijk op de situatie in Achtkarspelen van destijds zegt ook iets over zijn persoonlijkheid. De heidebewoners in deze gemeente zag hij beslist niet zitten (vanouds berucht enz.). En tot overmaat van ramp behoorden deze lieden ook nog voor een groot deel tot de gereformeerde kerken en leverde dit voor de antirevolutionairen bij de verkiezingen talrijke stemmen op.

Sollicitaties

Voor het opmaken van een voordracht had de Commissaris keus uit 18 sollicitanten. Onder de gegadigden waren onder andere de heren Pier Eringa (AR), Jan Jonker (AR), E. Duiven (Lib.), en J. Woldringh (Lib.); Pier Eringa te Koudum, was burgemeester van Hem. Oldeferd c.a. Baron van Harinxma thoe Slooten had veel lof voor zijn functioneren, maar: "betwijfelde of hij wel forsch en krachtig genoeg was volkomen onafhankelijk te blijven en zich staande te houden tegen een tegenwerkende secretaris, gesteund door de wethouders". Dan was er nog een vlekje: "Was niet geheel onbevangen geweest tegenover de kwestie van opheffing van een openbare school in de gemeente". Om deze reden was de Commissaris aan hem voorbijgegaan. Dit laatste was duidelijk een toepassing van het spreekwoord: "Wie een hond wil slaan, kan gemakkelijk een stok vinden". Overigens het bezwaar van niet fors en krachtig genoeg, gebruikte hij voor meerdere sollicitanten. Of meneer de baron zelf wel helemaal "onbevangen en onpartijdig was", kunnen vraagtekens bij worden geplaatst. Tussen de regels door kan men lezen dat hij er weinig voor voelde om iemand van AR-huize op de voordracht te zetten. Volgens hem waren er geen bekwame sollicitanten van deze partij en werden de volgende heren voorgedragen:

  1. E. Duiven, gemeente-secretaris van Baarderadeel. "Was uitstekend op de hoogte van de gemeente-administratie en wars van de praktijken als in Achtkarspelen".
  2. J. Woldringh, burgemeester van Kollumerland c.a., "Kon als liberaal het uitstekend met de in meerderheid rechtse raad en bevolking in deze gemeente vinden".

Jan Jonker

Deze persoon (AR) was gemeente-secretaris van Achtkarspelen en bij de Minister van Binnenlandse Zaken waren uit de gemeente drie 'adressen' binnengekomen in verband met zijn sollicitatie. Over de inhoud van deze brief later meer in dit artikel. Wat schreef de Commissaris over Jan Jonker? Dat was niet zo rooskleurig. "De heer Jonker geeft zich buitengewoon veel moeite om zijne sollicitatie te bewijzen; twee pakketten met stukken ter aanbeveling zijn door hem in mijne handen gesteld". De sollicitant was dus met de pak stukken onder de arm naar Leeuwarden gereisd om die persoonlijk aan baron Piet te overhandigen. Verdere bijzonderheden: "een weinig aangename indruk als persoon, onregelmatigheden in de gemeente-administratie, niet betrouwbaar en karaktervast". De begane opzettelijke fouten in de administratie van de secretaris zouden veelal zijn gedekt door het gemeentebestuur, aldus meneer Van Harinxma thoe Slooten. Verder schreef de Commissaris naar Den Haag: "Bij de provinciale griffie wordt de betrouwbaarheid van de gemeente-administratie van Achtkarspelen dan ook niet hoog aangeslagen". Maar gelobbyd werd er wel om Jonker benoemd te krijgen. De beide wethouders waren bij de Commissaris op visite geweest om zijn benoeming te bepleiten. Daarnaast was er een 'adres' van ingezetenen, gericht aan de Minister van Binnenlandse Zaken gezonden, waarin ook werd gepleit voor aanstelling van de secretaris als burgemeester. Een afschrift van deze brief werd door de heer Westra, directeur van de zuivelfabriek te Gerkesklooster persoonlijk aan de Commissaris ter hand gesteld. Het lijkt er op dat onder deze brief maar weinig handtekeningen stonden, want de baron "kreeg de indruk dat het verlangen naar een burgemeester van bepaald antirevolutionaire richting hoofdzakelijk uitging van een betrekkelijk kleinen kring van heftige antirevolutionairen". Verder was hij bang dat bij benoeming van Jonker de partijbelangen voor hem belangrijker zouden worden dan de gemeentebelangen. Van Christelijk Historische zijde zou hiertegen ook zijn gewaarschuwd.

Tegenactie

Vervolgens ging een groep liberale inwoners beginnen met een handtekeningenactie om Jonker niet te benoemen. In de brief aan de Minister kunnen we onder andere lezen dat met het verzoekschrift om Jonker te benoemen "op de meest fanatieke wijze was gewerkt tot ergernis van de vrijzinnigen, waartegen onzerzijds wordt geprotesteerd, dewijl de heer Jonker in het particuliere- en verenigingsleven geen kracht uitgaat". Verder schreef men: "De gemeente heeft een onpartijdige en krachtige burgemeester nodig, zoals de secretaris van Baarderadeel en de burgemeester van Kollumerland. De samenstelling van de gemeenteraad geeft geenszins een juist beeld der verschillende publieke- en kerkelijke partijen. Uit de laagste volksklassen (de vele heidestreken), brengen veel kiezers hun stem uit, die er persoonlijk weinig of geen besef van hebben, waarom zij eigenlijk ter stembus gaan". Het verzoek was ondertekend door 35 personen, afkomstig uit 9 verschillende dorpen van de gemeente. Tot de ondertekenaars behoorden onder andere een dominee, een notaris, een directeur van een zuivelfabriek en meerdere 'in welstand vooraanstaande' lieden. Een van de aanbieders van het request zou hebben gezegd, dat het intellect de benoeming van Jonker niet wenste. Kennelijk waren de namen van de sollicitanten algemeen bekend. Ook kwam er nog een brief van de plaatselijke Hervormde dominee met allerlei negatieve zaken over de heer Jonker. Ds. de Vries was met de gemeente-secretaris in verschillende verenigingen medebestuurslid, zoals de afdeling van het groene kruis en de onlangs opgerichte begrafenisvereniging. De fouten in de administratie op het gemeentehuis werden ook genoemd. Er was daar een onderzoek geweest, geleid door de gemeente-secretaris van Hilversum en hierbij zou wijlen burgemeester Bekker als zondebok zijn aangewezen. Blijkbaar was dominee goed ingelicht.

De benoeming

Het kwam niet zoals baron Piet het had voorgesteld. Buiten zijn voordracht om, werd de antirevolutionaire Pier Eringa benoemd. Kennelijk vond men in Den Haag dat het tijd werd voor een burgemeester van die partij. Met 9 van de 15 zetels in de gemeenteraad viel dit zeker te verdedigen. Of Achtkarspelen hiermee een krachtige en onpartijdige bestuurd, waarom was gevraagd, vermeldt de historie niet. De installatie van Eringa vond plaats op 31 oktober 1917. En zoals gebruikelijk bij deze gebeurtenissen volgden er vele toespraken. Die van de nieuwe burgemeester duurde verreweg het langst. Aan het einde richtte hij zich tot het gemeentepersoneel en in het bijzonder tot de gemeente-secretaris Jonker. Eringa sprak toen aldus: "Behalve van den raad zal ik ook de steun behoeven van de ambtenaren dezer gemeente. Ik doe op hunne medewerking een beroep. Allereerst verzoek ik den heer Jonker mij zonder restrictie alle mogelijke hulp en bijstand te verlenen, welke een goede en getrouwe secretaris schuldig is te doen en ik twijfel niet of hij zal aanvaarden de toestanden zoals zij geworden zijn door het Godsbestuur". Dit was duidelijke taal en hiermee kon Jan Jonker het maar doen. Daarna volgden er sprekers van alle drie partijen. De spreker van de christelijk historischen, Van der Heide, maakte gewag van "streken van de ingezetenen en een moeilijk bestuurbare gemeente". Hij verwoordde dit als volgt: "Ik meen er de nadruk op te moeten leggen, dat er heel wat gemeenten in ons vaderland zijn, die gemakkelijker zijn te besturen voor een burgemeester, dan Achtkarspelen. Vooral als men let op die streken, waar de bewoners in vele opzichten achter staan. Het doet mij groot genoegen van U te hebben gehoord, dat u met een voornemen om daarin verbetering te brengen, Uw ambt hebt aanvaard". De gemeente-ontvanger Andries U. Bottema sprak als enige de nieuwe burgemeester toe in de Friese taal en hij werd ook in het Fries door Eringa bedankt voor zijn welkomstwoorden. Tot slot zei secretaris Jan Jonker nog enkele woorden: "Gaarne ben ik bereid al mijn kennen en kunnen beschikbaar te stellen in het belang en aan het welzijn van de gemeente Achtkarspelen". Dat was een leuke woordspeling. Wijselijk ging hij dus niet in op de woorden van de nieuwe burgemeester, die bepaald niet vriendelijk hadden geklonken".

Pier Eringa

Eringa bekleedde zijn functie tot december 1941 en werd toen door de bezetters aan de kant gezet, zoals dat destijds bij vele andere burgemeesters het geval was. Na de bevrijding in 1945, fungeerde hij nog een half jaar als eerste burger en ging toen met pensioen. De burgemeester was getrouwd met Afke Bakker, dochter van Popke Sjoerds Bakker, een bekend zakenman in Buitenpost. De gezinnen Bakker en Eringa woonden op het Jeltingahuis aan de Stationsstraat. Op 10 juli 1962 is de oud-burgemeester overleden en bereikte de leeftijd van 83 jaar.