gedenksteen boomplantdag julianalaan

“Mag ik mij even voorstellen? Ik ben een gedenksteen van ongeveer een halve meter lang en sta al meer dan 65 jaar op een hoek aan de Julianalaan in Buitenpost. Staande op mijn voetstuk bij het huis met nummer 11, kan ik alle voorbijgangers in de gaten houden. Op mijn voorkant staat geschreven: “7 januari 1937, boomplanting door de schoolkinderen van Buitenpost”.

Toen ik in 1937 ter wereld kwam, stond mijn persoon zeker in de belangstelling. De Kollumer Courant deed destijds verslag van de feestelijkheden in verband met het huwelijk van Juliana en Bernhard en we konden het volgende lezen: “BUITENPOST. Donderdag des voormiddags te 9.00 uur speelden de muziekcorpsen ‘Concordia’ en ‘de Woudklank’ voor het gemeentehuis enige liederen. De schoolkinderen werden opgesteld, waarna gezamenlijk werd gemarcheerd naar de Julianalaan, waar een 80-tal bomen werden geplant. Met een toepasselijk woord onthulde de burgemeester der Gemeente, de heer P. Eringa, de Gedenksteen, aan de burgerij, ter gedachtenis aan de blijde gebeurtenis en de boomplanting”.

Het was in mijn jeugd nog wel een gezellige boel aan de Julianalaan. Er was van alles te beleven en er kwamen veel mensen aan mij voorbij, die hier naar het postkantoor moesten. De postkantoorhouder was Brik. Verder kon men kaas kopen bij Douwe Zijlstra, die daarom door het leven ging onder de naam ‘Douwe Tsiiske’. De groentenwinkel van Douwe Hoekstra was er ook nog te vinden. Op mooie zomeravonden klonk er prachtige muziek uit de muziektent in de laan en de burgers van het dorp stonden er bij en bespraken de dingen van de dag. Dat alles is in de loop der allemaal jaren verdwenen en niemand zag mij letterlijk en figuurlijk meer staan. Dit kwam omdat de heg van de buren om mij heen groeide. De geplante bomen zijn wel hoger dan 25 meter geworden, maar ik moet het nog steeds doen met mijn ruim halve meter. In latere jaren werden in mijn buurt riante woningen gebouwd. Prominente gemeente-ambtenaren uit lang vervlogen tijden en andere pommeranten zijn er komen wonen. Ik voel me hierdoor ook wat belangrijker geworden en mag dan ook niet klagen.

Wel heb ik nog één wens en dat zou u kunnen weten, wanneer u mij eens kwam opzoeken. Ik zie er bepaald niet schoon meer uit en zie letterlijk groen van ellende vanwege de aanslag van de algen. Nu wordt ieder mens er niet mooier op, wanneer de tijd daar is, dat er maandelijks een bedrag aan AOW binnen de deur komt rollen. Dat neemt niet weg dat ik op mijn oude dag er toch graag nog wat netjes wil uitzien. Zou er niet iemand zijn, die me eens een wasbeurt wil geven?