Als gebouw met de oudste historie in ons dorp, is het ook een van de weinige plekken waarbij over de inrichting een eigen verhaal valt te vertellen. Hier vertellen we het een en ander over de, soms eeuwenoude, delen van het interieur van de toren en kerk. Een bezoekje om het met eigen ogen te zien zou dit verhaal meer dan completeren.

overzichtsfoto interieur hervormde kerk

Na het afbranden van de kerk, het vertrek van de pastoor en de Spaanse bezetter, werd er een nieuw begin gemaakt in het kerkelijke leven. Zo kreeg Buitenpost in 1598 zijn eerste dominee: Nicolai Bilderbeek. Zoals in veel Friese kerken heeft ook in Buitenpost de adel een belangrijke rol gespeeld. In ons dorp mag wat dat betreft met name het geslacht Herbranda worden genoemd. Verschillende leden van dit geslacht zijn grietman van Achtkarspelen geweest. Onder hen Feyco van Herbranda, de Edele Grietman van de gedenksteen in de kerk, die in 1611 een groot aandeel had in de herbouw van de in 1594 afgebrande kerk. Hij staat te boek als de eerste Gereformeerde grietman van Achtkarspelen. Zijn vader, Haye, was blijkbaar nog Rooms-Katholiek. De naam van Feyco van Herbranda is vanwege zijn verdiensten voor de herbouw van de kerk door de kerkbestuurders in hoge ere gehouden, want toen pas vele jaren later na de dood van de edele Feyco - de laatste grietman uit dit geslacht - een klok in de toren van de kerk kon worden gehangen (in 1690), kwam daarop onder andere ook het wapen van de Herbranda's met de naam van 'J. Feyke van Herbranda, wijlen Grietman van Achtkarspel' te staan, samen met de namen van 'J. Wypke van Hettinga en Tyerk Boelens, grietman van Achtkarspelen'. De kerk van 1613 staat nog altijd - statig en stoer - in het centrum van Buitenpost. Het is een eenvoudig gotisch gebouw, met oorspronkelijk glas-in-loodramen, maar sinds de restauratie van de jaren 1977-1979 voorzien van gewone ruiten van oorspronkelijk formaat.

De robuuste kerk kreeg in de volksmond de bijnaam 'de Âlde Wite' (De oude witte), een gevolg van het feit dat de kerk voor de restauratie van de jaren zeventig, witgepleisterd was. Hoewel het kerkgebouw al weer geruime tijd van de ontsierende pleisterlaag is ontdaan, leeft de naam nog altijd voort in de gemeenschap van Buitenpost. De stevige toren is ouder dan de kerk. De toren overleefde de ramp van 1594. Het oudste (onderste) deel van de toren dateert vrij zeker uit het eind van de 12e of het begin van de 13e eeuw. De kloostermoppen uit die tijd zijn aan de buitenkant deels met kleine steen ommetseld. De toren ontsprong in 1594 de vuurdans, maar was in 1956 aan de beurt toen het bovenste deel in vlammen opging na een blikseminslag. In het holst van de nacht hebben toen veel dorpsbewoners met angstige ogen staan kijken naar de torenspits, die brandde als een fakkel. Gelukkig bleef de rest van de toren gespaard. In 1957 kwam de restauratie van de gehavende toren gereed.

Over de torenklokken valt ook wel het een en ander te vertellen. Wij maakten al melding van de klok van 1690 met wapens en inscriptie van Feyke Herbranda en zijn opvolger Tjerk Boelens. Die mooie oude klok, gegoten door Hans Falck van Neurenberg te Leeuwarden, is in 1883 omgegoten. Zestig jaar later (in 1943) beroofden de Duitse bezetters ook Buitenpost van zijn kerkklok. De bronzen stem van de Alde Wite, die het vrome volk van Buitenpost zo trouw ter kerke had geroepen, verstomde. De klok werd voor de Duitse oorlogsindustrie omgesmolten om mee te klinken in het kanongebulder. In 1949 werd een nieuwe klok in de toren gehangen. Die nieuwe klok was echter geen lang leven beschoren. Bij de brand van 1956 scheurde de klok door te snelle afkoeling ten gevolge van het bluswater. Met een gebarsten stem verder gaan zou beneden de stand zijn geweest, dus werd er weer een nieuwe klok gegoten door de bekende klokkengieterij van de firma van Bergen te Heiligerlee. Die laat nu al weer sinds 1957 op gezette tijden en bij blijde en droeve gelegenheden zijn stem galmen over ons dorp. De klok hangt in een eenvoudige stalen stoel.

De hervormde kerk is vooral van belang vanwege haar interieur, dat gekenmerkt wordt door zijn gave protestantse kerkmeubilair met aan weerskanten eenvoudige mannen- en vrouwenbanken. En dan zijn er natuurlijk ook nog de Herenbanken, tastbare herinneringen aan de vroegere voorname families, die een dominante positie hebben bekleed in de gemeente Achtkarspelen en in de hoofdplaats Buitenpost. De banken staan, zoals gebruikelijk, tegenover de kansel (met doophek en doopvont), tegen de zuidwand. De familiebanken met wapens tegen de noordwand zijn, gerekend van west naar oost, achtereenvolgens van de familie:

  • Meinsma-Brantsum (EAM en AB). Epeus à Meinsma trouwde in 1644 met Auckje Brants à Boelens in Buitenpost.
  • Bouricius-van Vierssen. Een zeer fraai exemplaar met op de luifel de familiewapens geflankeerd door twee siervazen. Cornelis Livius van Bouricius trouwde in 1739 met Elske van Vierssen, die in 1759 als weduwe op belijdenis lidmaat werd.
  • Boelens-Pieters. Deze 17e eeuwse bank houdt de herinnering levend aan de al eerder genoemde grietman van Achtkarspelen. Tjerk Boelens, die getrouwd was met Maeycke Pietersdr. Zij zijn beiden achterin de kerk begraven.
  • Jeltinga. Een eenvoudige bank zonder wapen uit het jaar 1614, die heeft toebehoord aan Fecco van Jeltinga of zijn vader Gatse.
  • Scheltinga-Kinnema. Deze bank heeft een zeer fraaie luifel. Livius van Scheltinga was grietman van Achtkarspelen.
  • Herbranda-Hettinga. Deze bank staat in het koor van de kerk. Feycke van Herbranda (FVH) huwde na de dood van zijn eerste vrouw met Wypck van Hettinga (WVH). Deze bank dateert uit het begin van de 17e eeuw.

plattegrond nederlands hervormde kerk

plattegrond van de nederlands hervormde kerk

De preekstoel met z'n fraaie klankbord met pyramide-vormige decoratie is van 1769. In de koperen lezenaar staan in spiegelbeeld de letters F en R gegraveerd. Het zijn de beginletters van dominee Franciscus Rondaan, die op 28 mei 1769 een preek heeft gehouden naar aanleiding van de vernieuwing van de preekstoel en doophek, waarvoor de kerkvoogden 450 Caroli gulden betaalden aan de maker, Egbert van der Hoek. In de lijnen van hout- en koperwerk is de 18e eeuwse rococo-stijl te herkennen.

Opvallende elementen in het interieur zijn de talrijke rouwborden: zes grote rouwkassen en vier ruitvormige wapenrouwborden. De rouw- en wapenborden zijn van noord naar zuid ter nagedachtenis van:

  • Boudina Lucia Aebinga van Humalda, rouwbord 1777
  • Martinus van Acronius, rouwbord met familiewapen en krijgsattributen uit 1780
  • Catharina Wiskia van Haersma, rouwbord, gehuwd met de militair Acronius - 1794
  • Gaius van Scheltinga, rouwbord uit 1725
  • Wia Catherina van Broersma, rouwbord uit 1720
  • Cornelis Livius van Bouricius, rouwbord uit 1757
  • Eelckjen van Haersma, wapenbord uit 1643
  • Fecco van Scheltinga, wapenbord uit 1636
  • Livius van Scheltinga, wapenbord uit 1670
  • Wisck van Kinnema, wapenbord uit 1668

Die Martinus van Bouricius was niet de eerste de beste, zoals ook al uit zijn zeer opvallend rouwbord blijkt. Catharina van Haersma trouwde met hem toen hij nog sergeant-majoor was. Zij stierf al jong, nog maar 21 jaar oud. Acronius bracht het uiteindelijk tot luitenant-generaal en was als kolonel regimentscommandant.

het doopvontIn het begin van dit artikel werd reeds melding gemaakt van een middeleeuwse stenen doopvont, één van de zeer weinige vonten uit die tijd in Friesland, die bewaard zijn gebleven. Zij staat nu tegenover de preekstoel. Het betreft hier een grote gotische vont die aan de bovenkant afbeeldingen bevat van Petrus (met sleutel), Paulus (met zwaard), het Godslam (met kruisvlag) en de Pelikaan, die zichzelf in de borst pikt om haar jongen te voeden met haar eigen bloed, symbool van de zich opofferende Christus. Langs de voet van het doopvont zijn duivelskoppen aangebracht. Door de doop werd, volgens middeleeuwse gedachte, de duivel uitgedreven. De oude altaarsteen van vroeger staat nu naast de preekstoel. De steen is lange tijd gebruikt bij de bediening van het avondmaal in het koor, maar heeft nu een meer symbolische functie. De vijf ingebeitelde kruisjes op het altaarsteen zijn tekens van de vijf wonden van Christus.

In de kerk staat een Van Dam orgel uit 1877. Hiermee is nog niet alles verteld over het interieur. Alleen al over de grafzerken zou een verhaal te schrijven zijn. Tot de 19e eeuw lieten mensen uit de betere kringen zich begraven in de kerk. In het huis van God en dus dichtbij God. Vanaf 1820 was het begraven in de kerk uit hygiënisch oogpunt wettelijk verboden. De lijklucht in de kerk werd te irritant. In de kerk zijn ook veel vooraanstaande ingezetenen begraven, getuige het grote aantal zerken in de vloer van de kerk. Aan het begraven in de kerk herinnert het begrip 'rijke stinkerds'.