In 2010 bestond botanische kruidentuin De Kruidhof tachtig jaar. Hieronder een klein overzichtje van de ontstaansgeschiedenis van dit bijzonder stukje Buitenpost.

In november 1928 kwamen "enkele kweekers uit de omgeving van Buitenpost bij het bestuur van de vereeniging van Plaatselijk Belang aldaar het verzoek in om te willen bevorderen dat zoo spoedig mogehjk een groenteveiling te Buitenpost werd opgericht". Er werd daarop een commissie ingesteld die op 24 november 1928 een vergadering belegde. De commissie stelde: "aangewezen om een en ander nader te overwegen kwam tot de conclusie dat het evenwel zeer gewenscht zou zijn eene vereeniging op te richten welke alle krachten zou kunnen inspannen om den tuinbouw in de gemeenten Achtkarspelen en Kollumerland en naaste omgeving aan te moedigen en te ondersteunen" en "Geoordeeld werd dat die vereenigine om velerlei redenen voldoende recht van bestaan had" naast anderen. Op dezelfde vergadering werd gelijk besloten: "Eerste werk der vereeniging zal zijn zoo mogelijk het aanleggen van een proeftuin te Buitenpost". Geen groenteveiling dus maar een proeftuin was het resultaat van het verzoek. Dit was het begin van De Kruidhof.

De tuin startte in 1929. Tuinbouwvereniging ‘De Noord-Oosthoek’ legde aan de zuidkant van de spoorlijn, dichtbij de spoorwegovergang Stationsstraat-Jeltingalaan, een proeftuin aan voor teeltproeven (foto: De Kruidhof in de jaren dertig). Het was niet een aangelegenheid voor Buitenpost of Achtkarspelen alleen. Eind oktober 1929 meldde het gemeentebestuur van Kollumerland: "van het bestuur van de Tuinbouwvereeniging De Noordoosthoek te hebben ontvangen houdende verzoek om een jaariijksch subsidie voor den aanleg van een demonstratie of proeftuin te Buitenpost". Als je iets begint kost het eerst geld en zo stond in de stukken van de gemeenteraad van Achtkarspelen in december 1930 dat: "De tuinbouwvereeniging de Noordoosthoek heeft blijkens een aan B en W verstrekte opgaaf pL m.ƒ5700 gulden noodig gehad om haar proeftuin in exploitatie te brengen". Maar het werk was begonnen en de tuin was in bedrijf.

de kruidhof in de jaren dertig

De eerste jaren waren beslist niet gemakkelijk. In het jaarverslag van de tuinbouwvereniging over 1936 stond bijvoorbeeld: "De financiele resultaten over dit jaar kunnen matig worden genoemd. Vele groenten brachten een te lagen prijs op". Maar gelukkig was er ook positief nieuws te melden: "Over de belangstelling voor den tuin valt niet te klagen. Van heinde en ver werden den bezoeken gebracht waarbij vaak practische voorlichting werd gegeven. Voor de fruitteelt is de belangstelling van dien aard dat naast practijk op den tuin ook aan een 26-tal menschen uit de omgeving op een specialen cursus door den chef, onderwijs in dit vak werd gegeven". De tuin ontwikkelde zich verder en in januari 1938 kwam in de gemeenteraad van Achtkarspelen naar voren dat: "B en W zeggen dat ten behoeve van den proeftuin (...) een nieuw offer van de gemeente wordt gevraagd". Een daarvoor gebruikt argument was: "De proeftuin is inmiddels evenwel zoodanig verrijkt door kassen, waterinstallatie, vruchtboomen, boomen, enz. dat door de grootere bedrijfswaarde die daardoor is verkregen deze grootere garantiestelling huns inziens vrij veilig kan worden verleend". Niet zonder slag of stoot werd goedkeuring verleend maar: "Na een krachtige verdediging door wethouder Mulders is het voorstel van B en W (...) aangenomen". De waardering voor de tuin bleef groeien en in een artikel in de Leeuwarder Courant van 22 maart 1938 werd gesteld: "Niettemin mag dan het landbouwend deel van Friesland zich toch weer verheugen in het bezit (...) van den toonaangevenden proeftuin op dit gebied".

De ontwikkeling vorderde gestaag, maar omstreeks 1960 zat er geen groei meer in de kruidenteelt, die vooral voortvloeide uit een financieel probleem. Het rijk verminderde de subsidies zodanig dat deze inkomstenbron opdroogde. Het was aan de inspanningen van professor van Os te danken dat dit waardevolle perceel grond in bedrijf kon blijven. De Rijksuniversiteit Groningen ging kruiden verbouwen voor wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de farmacie (geneesmiddelen). Ook werd de tuin ingericht met een vrijwel complete collectie West-Europese historische en recente geneeskruiden. Meer dan drie decennia later is deze tuin nog steeds het bloeiende hart van De Kruidhof. In 1977 stelde de hoogleraar 'De Kruidentuin' offcieel open voor het publiek. Ondanks de kruidenteelt bleef deze bijzondere tuin toch enigszins lijden aan een ziekelijk bestaan. In 1996 vond er een reddende operatie plaats of te wel erkenning van de gemeente Achtkarspelen, dat De Kruidhof zou kunnen uitgroeien tot een botanische tuin met bovenregionale allure.

In het jaar 2000 verwierf De Kruidhof de status van geregistreerd museum. In dat jaar was de grondlegger van de geneeskruidentuin opnieuw te gast om het nieuwe seizoen voor geopend te verklaren. Dat deed de 94-jarige inwoner van Haren door de onthulling van een nieuwe naam voor de unieke geneeskruidentuin (foto onder). Dit deel van De Kruidhof zou voortaan door het leven gaan als de Professor van Os-tuin. Vanaf dat moment ging ook 'de gezondheid' de boventoon voeren door een aanhoudende groei van bezoekers tot meer dan 15.000 per jaar.

foto van de opening van de kruidentuin door prof. Van Os

Vandaag de dag is de tuin ruim 3,5 hectare groot en telt ruim tweeduizend plantensoorten. De botanische tuinen annex museum vormen thans een ware trekpleister met als bijzondere trekkers de Tuindag Buitengewoon in april, de Natuurmarkt op de eerste woensdag van augustus, de Bollendag in de nazomer, de Oogstdag en de Fruitshow aan het einde van het seizoen.