Op initiatief van plaatselijk onderwijzer I. van der Wey werd in op 14 november 1924 de Christelijke Muziekvereeniging te Buitenpost opgericht. De aanleiding was bijzonder, de leerkracht ergerde zich eraan dat een groep jongeren uit het dorp geen enkele hobby beoefenden en vaak doelloos rondslenterden bij de 'Bakkershoek'. Deze groep bleek te motiveren om te musiceren en koperblazer te worden. Dit was het beginpunt van een muziekkorps dat nu al bijna negentig jaar bestaat en de nodige hoogtepunten maar ook behoorlijke dalen gekend heeft.

foto van muziekkorps concordia in 1937

In de statuten van 1924 valt te lezen dat de vereniging als doelstelling had: "Het beoefenen der toonkunst ter eere Gods". Bij de oprichting werd ook bepaald dat de vereniging een fanfarekorps moest worden. In de beginjaren werden er geldinzamelingsacties gehouden om het korps geÔnstrumenteerd te krijgen. Zo waren er gewone collectes maar er was ook de verkoop van aandelen, met een rente van 5%. Het leverde resultaat op en het duurde niet lang tot voor 1000 gulden de eerste 10 instrumenten aangeschaft konden worden. De christelijke lagere school aan de Voorstraat werd het eerste repetitielokaal en meester E. Hoekstra, die in het dorp ook al orgelles gaf, werd benoemd tot de dirigent. Van der Wey en Hoekstra hanteerden strakke regels, blijkt uit de statuten. In de reglementen stonden bijvoorbeeld de volgende regels: "Elk lid is verplicht de repetities getrouw bij te wonen. Zonder wettig verzuim wordt een kwartje boete berekend, voor het missen van een generale repetitie vijftig cent en voor het missen van een uitvoering f 10,-. Weinigen konden het zich in die tijd veroorloven een repetitie of uitvoering missen. En als men niet overtuigend kon aantonen dat een instrument buiten eigen schuld beschadigd was, moest het reparatiebedrag uit de eigen portemonnee worden betaald. De contributie bedroeg een kwartje per week. Je moest ervoor gaan om bij Concordia te horen.

Ondanks dat het een gemotiveerd korps was werd er in 1926 bij een concours niet meer dan een derde prijs in de vierde afdeling behaald. Om de onderlinge band te versterken en daarmee de kwaliteit van het korps op te schroeven, ging de hele vereniging (met aanhang) op boottocht. Dit werd een groot succes en over dit uitje werd nog jaren gesproken. Het niveau van het korps steeg en in 1929 promoveerde het naar de derde, in 1930 naar de tweede en in 1933 naar de eerste klasse. In 1935 werd zelfs een eerste prijs, in de klasse uitmuntendheid, op het concours in Augustinusga behaald.

Er werd in 1924 begonnen met 28 aspirant-leden. In 1934 had de muziekvereniging 22 actieve leden, daarna ging de vereniging even door een diep dal en waren het er enkele jaren erna nog maar een tiental. Toenmalig voorzitter P.S. Bakker en dirigent Roelofsen trokken met vuur de kar en een jaar daarna waren er weer 42 leden. Tijdens de oorlog was het stil rondom Concordia. In 1945 werd in de drukkerij van het lid Bonne IJlstra weer met frisse moed begonnen. Er werden nieuwe instrumenten aangeschaft en het korps was in 1948 weer op het oude peil. En er werden opnieuw bijzonder goede resultaten op concoursen behaald. Het jaar 1973 was een zwarte bladzijde in de geschiedenis. Door de aanschaf van muziekinstrumenten en uniformen kwam men dik in de schulden te zitten en de jarenlange dirigent Roelofsen hield ermee op. Met veel inzet en een geldinzameling werd het korps opnieuw nieuw leven ingeblazen en in 1974 werd er zelfs een majorettenkorps opgericht. De drumband en majorettes gingen in 1980 over naar het nieuw opgerichte Bumata (Buitenposter Majorette en Tamboerkorps). Concordia werd een brassband. In 1991 was er het idee om een jeugdkorps op te richten, dat in 1994 maar liefst 25 leden telde. De samenwerking met muziekschool de W‚ldsang was daarbij erg belangrijk, tot op de dag van vandaag. Om het financieel allemaal rond te krijgen werd er vanaf 1981 iedere zaterdag van de maand oud papier in het dorp opgehaald. Aan deze manier van financiering kwam in 2010, door de nieuw opgezette papierinzameling van de gemeente, onder protest van de vereniging een einde. Als pleister op de wonde werd er een jaarlijkse vergoeding overeengekomen.

Het korps heeft bij tal van publieke gelegenheden gespeeld. Op straat ter opvrolijking van optochten en feesten, maar voor de oorlog bijvoorbeeld ook in de muziekkoepel naast Hotel Bolling. Verder werden lang de kerstnachtdienst in 'de Houtmoune' en de dodenherdenking begeleidt en werden er veel concerten, in het eigen dorp en de regio, gegeven. Ook het deelnemen aan muziekconcoursen was een vast onderdeel van het jaarlijks programma voor de vereniging. Na de eerste dirigent meester Hoekstra, zwaaiden bekende opvolgers als S. de Boer, K. de Vries, Roelofsen, Tjeerd Brouwer en Herman Sibma het dirigeerstokje over de fanfare.