De Stroobossertrekvaart bestaat al meer dan 400 jaar. Ze was lange tijd een belangrijk vaarwater tussen Gerkesklooster en Dokkum. De watergang loopt ook voor een deel door het grondgebied van Buitenpost. De Trekweg, die parallel loopt aan de trekvaart, is ook oud en vormde in de afgelopen eeuwen als een niet al te beste verbinding tussen de genoemde plaatsen Gerkesklooster en Dokkum. Het ligt eigenlijk voor de hand dat deze weg in eerste instantie jarenlang werd gebruikt als jaagpad om de toenmalige trekschuiten door de vaart te trekken. De Buurtschap De LÍste Stuver in het Oost van Buitenpost ligt aan de Trekweg en de Trekvaart. Ze speelde een tamelijk belangrijke rol in het betreffende verkeer aldaar.

de Stroobossertrekvaart

De Stroobossertrekvaart, in het Fries: Strobosser Trekfeart, wordt ook wel Dokkumer Trekvaart genoemd. Bij Gerkesklooster sluit hij aan op het Prinses Margrietkanaal en het Van Starkenborghkanaal. Deze trekvaart werd in de jaren 1654-1656 gegraven in opdracht van het stadsbestuur van Dokkum. Het deel tussen Kollum en Gerkesklooster was in de 16e eeuw al aangelegd. Dokkum dacht door een betere verbinding over het water met Groningen meer scheepvaartverkeer aan te trekken. Naast de vaart loopt een jaagpad waarop de paarden konden lopen die de trekschuit moesten voortbewegen. Door de hoge kosten van aanleg ging de stad Dokkum failliet. Het eigendom van de vaart kwam toen in handen van een groep schuldeisers. Deze hebben jarenlang een aantal tolhuizen aan de vaart gevestigd die er voor moesten zorgen dat de vaart geld opbracht. Die tolhuizen stonden op de volgende plaatsen:

  1. noordelijk van Wouterswoude
  2. bij Oostwoude
  3. bij Oudwoude
  4. oostelijk van Buitenpost: de LÍste Stuver die betaald moest worden vanaf Dokkum

de stroobosser trekvaart bij de Leste Stuver

de Stroobosser Trekvaart bij buurtschap De Leste Stuver

De Trekweg

De Trekweg loopt in zijn geheel parallel aan de Stroobossertrekvaart van Gerkesklooster naar Dokkum en was tot 1992 administratief genummerd als rijksweg 858. Deze weg is echter nooit onderdeel van een rijkswegenplan geweest en had altijd een secundaire functie. In het kader van de Wet herverdeling wegenbeheer werd hij overgedragen aan de provincie Friesland met als registratienummer N910. Verder zijn er geen historische gegevens over te vinden. Dat is jammer, want er zit vast een stuk geschiedenis achter omdat hij eeuwen geleden is aangelegd.

Buurtschap De Laatste Stuiver

Op een oude kaart van Achtkarspelen (Eekhoff 1844) wordt de naam ‘Stuiver’ al aangegeven. Waar zou die naam vandaan komen? Op recentere kaarten komt de naam niet meer voor. Men spreekt in Buitenpost en omgeving nog steeds van ‘De lÍste Stuver’ of ‘De Stuver’. Ook door historieschrijvers in de 18e en 19e eeuw werd geen melding gemaakt van ‘De Stuiver’. Wel worden als oostwaarts van Buitenpost gelegen buurtjes genoemd: het Uitland, Klein-Uitland, de Horne en Scharnehuizen. Verder is het ook niet de naam van een stuk land in deze buurt. Een verklaring van de naam ‘De Stuiver’ kan niet anders zijn dan dat die afkomstig is van de herberg ‘De laatste Stuiver’. Uit de archieven blijkt dat deze kroeg zeker in het jaar 1775 al bestond. De herberg lag aan de trekweg naast de Stroobossertrekvaart. In vorige eeuwen kon men hier als passagier met de trekschuit mee en werd er vracht in- en uitgeladen.

De Laatste Stuiver op de kaart van Eekhoff 1852

De Leste Stuver op de kaart van Eekhoff van 1852

Herberg De Laatste Stuiver

In oude notariŽle akten kunnen we lezen dat deze herberg in de periode van 1801 tot en met 1827 zeker driemaal van eigenaar is gewisseld. In 1801 werd het beschreven als staande en gelegen aan de trekweg bij Steenharst onder Buitenpost. Jan Manderts, koopman te Kollum werd de nieuwe eigenaar voor 700 caroli guldens. In 1825 was de klandizie waarschijnlijk sterk teruggelopen, want het ging toen van de hand voor ƒ 325,-. De koper was Durk Makkes Adema, landbouwer te Buitenpost. Maar deze boer wilde er twee jaar later alweer vanaf en er volgde een openbare verkoping. Provisionele koper werd Kornelis Durks Zijlstra, koopman te Buitenpost voor ƒ 301,-. Bij de finale toewijzing werd het bod niet verhoogd en Adema hield het in. De provisionele koper werd voor zijn bod bedankt. Uiteraard had de herberg in de loop der jaren nog andere eigenaren. In de periode 1880 tot 1911 waren deze: Jan Harmens van der Veer, Riekele Westra, Gerke Dijkstra, Tjibbe van Maassen en Jan Pama.

'De Eerste Stuiver'

Hoewel de indruk wordt gewekt dat herberg ‘De eerste Stuiver’ er eerder was dan ‘De laatste Stuiver’. Is dit zeer waarschijnlijk niet het geval. In 1827 werd de herberg met een perceel weiland gekocht door Elze Louws Sikkema te Buitenpost voor een bedrag van ƒ 1.850,-. Hij deed dit in opdracht van Hendrik Hogeboom, hovenier te Oudeschoot. De koper werd belast met ‘onderhoud van weg en pad, alsmeede met een hout en steiger’. Omstreeks 1860/1870 was Ritske Jacobs Boersma de kroeghouder. Hij was getrouwd met Duifke Klazes Smids die in 1878 kwam te overlijden. Na dit jaar kwam een eind aan de tapperij in dit pand. De Armvoogdij van Buitenpost-Lutjepost kocht het gebouw in 1883 voor de huisvesting van bedeelden. In de koopakte werd het pand als volgt omschreven: ‘Eene Huizinge met Schuurtje en Stalling en twee afzonderlijke verhuurd wordende woonkamers, benevens erf, tuin en boomgaard, staande en gelegen aan den Straatweg bij Steenharsterbrug onder Buitenpost’. Jarenlang hebben hier mensen gewoond die door de armvoogdij werden ondersteund. Het pand is al vele jaren geleden afgebroken. In een krantenadvertentie, geplaatst in 1925, wordt de herberg ‘De laatste Stuiver’ genoemd, in verband met een verkoping. In dat jaar moet het gebouw er nog hebben gestaan. In de jaren veertig van de 20e eeuw waren de fundamenten nog te zien.

tolhuis de laatste stuiver in de jaren dertig van de vorige eeuw

tolhuis De Leste Stuver in de jaren dertig van de vorige eeuw

Andere bewoners van 'De Stuiver'

Aan de toenmalige rijksstraatweg Leeuwarden-Groningen stonden verschillende tolhuizen. Om hier te passeren moest een bepaald bedrag aan tol worden betaald. Ergens in het begin van de 20e eeuw werd dit afgeschaft. Het tolhuis heeft er nog lang gestaan. Tolpachters of tolgaarders waren omstreeks de jaren 1880-1890 Tjibbe Jans van Maassen, geboren in 1854 te Engwierum en een zekere Pieter de Jong. Verder hebben er nog verschillende spoorwegwachters gewoond. Deze waren onder meer belast met de bediening van de spoorbrug.

Herrie in de herberg

Niet altijd gedroegen de gasten zich fatsoenlijk en daar werd in kranten melding van gemaakt onder de rubriek Rechtzaken: ‘R.Br. 25 jaren, arbeider te Laatste Stuiver; A.Sch., 29 jaren, arbeider te Harkema-Opeinde en W.D., 29 jaren, schipper te Buitenpost, kwamen den 6 Januari 1895 met zekeren Ringnaldus, ’s avonds 10 minuten voor 10 uur in de herberg van J.H. van der Veer, De laatste Stuiver, en verlangden elk een borrel. Ofschoon de overige bezoekers reeds weg waren, gaf deze hen toch nog een borrel, maar toen het 10 uur was, moesten ze weg. Zij wilden niet, al zeide hij het twintigmaal en al weigerde hij meer te tappen. R. Br. wierp daarop achtereenvolgens 2 glaasjes stuk, doch toen het derde denzelfden weg zou gaan, nam Van der Veer het hem af; daarop heeft hij dezen tegen het hoofd geslagen en op de borst gestompt. Maar inmiddels was er reeds een boodschap naar den marťchaussee gegaan en toen die kwam gingen ze heen’. Dit incident leverde de drie mannen een celstraf op te weten: R. Br. van 10 en de beide anderen van 5 dagen. Ongeveer een maand later ging de herbergier van der Veer zelf over de schreef en daarover valt te lezen: ‘J.H.v.d.V., 64 jaren, herbergier in de ‘Laatste Stuiver’ onder Buitenpost, is, terzake dat hij in het laatst van Januari of begin Februari l.l., zich een schop toegeŽigend heeft, welke de arbeider A. Adema ten gebruike had van zijn boer J. Faber en in de sneeuw op de vaart voor het huis van beklaagde had laten staan, toen hij om 12 uur ging eten, schuldig verklaard aan diefstal en veroordeeld tot 1 maand gevangenisstraf’.

Tegenwoordige situatie

In 2011 werd er oostelijk van Buitenpost de rondweg zuidoost aangelegd. Daarmee veranderde de verkeerssituatie behoorlijk bij ‘De laatste Stuiver’. De doorgaande weg langs de Trekvaart werd afgesloten en westelijk van het buurtschap kwam een rotonde. Daardoor ligt ‘De laatste Stuiver’ thans aan een doodlopende weg.

buurtschap de Laatste Stuiver in 2015

het buurtschap De Laatste Stuiver in 2015

Volksverhaal over De Leste Stuver

Bij het zoeken naar historische gegevens kwam de redactie ook terecht bij de volksverhalen-kenner, onze plaatsgenoot, dr. Jurjen van der Kooi. Hij schreef ons het volgende: BŻten BŻtenpost stiet in herberch ‘De laatste Stuiver’. Dy herberch hat sŗ syn namme krigen. Der wenne yndertiid in kastlein yn, dy mocht graech in buorrel en syn wyfke krektengelyk. Dat komt de saek net to’n goede. Ik kaem safier, dat doe’t de drankleveransier kom, doe koenen se him net bitelje. Sy seinen tsjin ‘e drankleveransier: Dat komt, de lju dy’t hjir in buorrel keapje, boargje altyd. Wy matte soms wit hoelang op ‘e sinten wachtsje. Doe sei de drankleveransier: Ik wol jim dit kear noch wol drank leverje, mar dan moatte de klanten direkst bitelje. Dat beloofden de beiden. De kastlein hie noch ien stŻr. Dat wie alle jild dat der noch wie. Doe sei de man tsjin syn wiif: Ik keapje fan dy in buorrel. Doe hie it wyf de stŻr. Hja sei: Ik keapje fan dy in buorrel. Doe hied er dy stŻr wer. Sa gong dat hyltyd hinne en wer oant de flesse leech wie. Se hienen har oan har wurd h‚lden. Hja as klanten hienen hyltyd kontant bitelle, sa’t de drankleveransier it ha woe. De herberch krige dÍrtroch de namme: De laatste Stuver.