Al geruime tijd verschijnen er berichten over de te verwachten zeespiegelstijging in onze tijd. Dat komt volgens de deskundigen door ons energieverbruik dat onder andere grote hoeveelheden CO2 uitstoot, een verhoging van de gemiddelde temperatuur meebrengt. En dat heeft tot gevolg dat er meer ijs van de polen smelt. Dit kan volgens sommigen leiden tot een verhoging van de zeespiegel van 40 tot 100 centimeter in deze eeuw. Hoe zit het met de zeespiegel en ons dorp?

Stijging van de zeespiegel is geen nieuw verschijnsel maar is sinds de laatste ijstijd een normaal gebeuren. Volgens het afgebeelde staatje van prof. Waterbolk, gepubliceerd in het boek “Waddenzee” van 1976 is het zeepeil de laatste 7000 jaar meer dan 8 meter gestegen.

kaartje zeespiegelstijging laatste 7000 jaar

Dat is niet bekend van overlevering, maar voor een groot gedeelte wel gebleken bij ontgravingen langs de kust waar men op grote diepte soms nog stuit op resten van vroegere bewoning. Ook de omgeving van Buitenpost heeft door die zeespiegelstijging in het verleden een totale verandering ondergaan. Bij de aanleg van de aardgasleiding van de Hesseweg naar Gerkesklooster ten oosten van Buitenpost werd onder 2 meter zeeklei nog een laag hoogveen gevonden die in vroegere tijden op drogere zandgronden in een zoetwatermilieu is ontstaan. Bij het bouwen van SWA-woningen aan de Wiek in de 70’er jaren werd de fundering daar op zandgrond gemetseld. Om de vaste grond te bereiken moest men eerst de klei afgraven en daarna nog een laag veen. Men zat dan wel vrij diep op ongeveer 1,5 meter, maar dat was voordeliger dan heien. Op het einde van een woningblok liep de vaste grond echter dieper naar beneden tot wel drie meter onder het maaiveld. Het bleek dat men daar op de rand van een dobbe (pingo?) zat en men vond daar nog een omgewaaide beukenboom. Een gedeelte van die kienstobbe staat bij mijn voordeur en is na 30 jaar in weer en wind nog even hard of misschien nog harder dan 3000 jaar geleden, toen de boom gegroeid is.

Al die klei of knip ten oosten en zuiden van Buitenpost is in het verleden door de zee aangespoeld en dus zover heeft het zeewater ons huidige Buitenpost benaderd. Door de eeuwen heen heeft men het nieuwe land, soms kwelder voor kwelder, in gebruik genomen en bedijkt. De laatste dijk ligt nu ongeveer 10 kilometer noordelijk van ons en is in 1968 op Delta-hoogte gebracht. Een watersnoodramp zoals in 1953 in Zeeland zou door die nieuwe dijkhoogte maar eens in de zoveel eeuwen kunnen voorkomen. Maar heeft men wel rekening gehouden met de eventuele veel snellere stijging door het broeikas-effect?foto van NAP-bout Bakkershoek Het Normaal Amsterdams Peil is door Rijkswaterstaat met bouten aangegeven. In Buitenpost ligt dat ook op meerdere plaatsten vast, onder andere op de hoek van de Voorstraat en de Stationsstraat in de gevel van de Novy op ongeveer 30 centimeter boven het trottoir (Foto rechts). Deze bout ligt op 1,55 centimeter boven NAP. De meeste straten in het Molenerf liggen ongeveer 45 centimeter boven NAP. De kruishoogte van de zeedijk langs de Wadden ligt op 8,80 meter boven NAP. Met zo’n dijk kunnen we voorlopig nog wel rustig slapen.

Bij de aanleg van de Ring in 1972 werd 70 centimeter onder het maaiveld, ter plaatse van de voormalige volkstuinen, de contouren van een dijkje gevonden. De zoden waarmee het dijkje was opgezet waren nog duidelijk herkenbaar. De kruinbreedte was ongeveer 1 meter en de kruinhoogte ligt op 80 centimeter ‘min’-ANP. De mensen die dit dijkje hebben aangelegd, konden hiermee het water keren, zover had de zee toen nog vrij spel. Dat dit dijkje in later eeuwen onder 70 centimeter (knip)klei is ondergeslibd, toont aan dat de zee toen nog niet was uitgespeeld. Als we de ouderdom van het dijkje op circa 1000 jaar houden, dan zitten we in de tijd dat transgressieperioden nog hevig tekeer gingen. Een combinatie van springtij en zware storm was desastreus. een beschrijving van een dergelijk zware watervloed is overgenomen uit ‘De geschiedenis van Friesland’, door H.W. Steenstra.

tekst van geschiedenis van friesland door steensma

Niet alleen het dijkje is ondergeslibd, ook de westelijk gelegen veengronden ten zuiden van Buitenpost en Twijzel zijn toen afgedekt met een laag klei of knip. De vondst van bovengenoemde dijkje en andere aanwijzingen van vroegere bewoning hebben onder andere geleid om ter plaatse van de voormalige volkstuinen in het nieuwe uitbreidingsplan ‘de Mnewyk” een groenvoorziening op te nemen met de omschrijving van ‘Archeologisch waardevol gebied’. Het hierboven omschreven dijkje was ongeveer 1000 jaar geleden nog voldoende om het zeewater te keren. De huidige dijk langs de Wadden ligt op deltahoogte met een kruin van +8.80 meter. Dat is dus 9.60 meter hoger. Tijdens de storm van zondag 27 oktober 2002 is bij Lauwersoog een verhoging gemeten van 1.70 meter boven het normaal verwachte hoogwaterpeil van 1.09 meter NAP. Voor de kust zijn toen golfhoogten gemeten van 7 meter.

Archeologische restant

Sinds oude tijden ging in Buitenpost een legende of sage rond: “In de Buitenposter Mieden ligt een krijtschip”. Je kunt je daarbij moeilijk wat voorstellen maar er moet toch een oorsprong van zo’n verhaal zijn. De plaats van het krijtschip was ook bekend. In een slootswal bij de Dijkhuisterweg staken dikke eiken planken uit de grond. Een stukje van dat hout werd opgestuurd naar de Rijksuniversiteit in Groningen en werd met de C14-methode gedateerd op omstreeks 1220 na Christus. Deze datering bleek wereldnieuws te zijn. Als eerste kwam het Friesch Dagblad en daarna veel andere kranten waaronder ‘de Telegraaf’ en zelfs een krant voor emigranten in Canada met het nieuws dat bij Buitenpost een heel oud schip was gevonden. Er werd contact opgenomen met het Biologisch-Archeologisch Instituut van de Universiteit in Groningen die ons weer in contact bracht met de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders vanwege hun kennis van het afgraven van scheepswrakken.

foto van de archeologische vondst bij Lutkepost

In april 1984 wordt het wrak afgegraven (Foto boven). Het blijkt geen scheepswrak te zijn maar een klepzijl (duiker met klep) met een doorsnee van ongeveer 1 bij 1 meter en een lengte van 8 meter en was duidelijk gemaakt van hergebruikt hout. Geen schip, maar wel n van de zeer weinige vondsten van deze ouderdom op dit gebied. Een klepzijl is bedoeld om het zoute zeewater te keren en bij eb het overtollige zoetwater te lozen. In principe werken de uitwateringssluizen bij Lauwersoog ook zo, alleen gaan de schuiven (kleppen) mechanisch op en neer. De gevonden klepzijl lag niet op zijn oorspronkelijke plaats maar is volgens de Rijksdienst voor de IJsselmeer Polders tijdens een stormvloed daar terecht gekomen. Waar en in welke polderdijk hij oorspronkelijk zijn functie heeft vervuld zal wel altijd een vraag blijven. Het was een roerige tijd met al die watervloeden en dijkdoorbraken maar het leverde ook veel nieuw land op. Het kaartje laat de begrenzing zien van de Lauwerszee omstreeks 1200. Blauw is het water, groen het land en wit de ingedijkte polders, met de jaartallen van data van inpoldering. Lichtblauw zijn de toevoerwatertjes Reitdiep, Lauwers en Hunze.

kaartje van inpolderingen Lauwerszeegebied

Het klooster Jeruzalem (1240-1580) in Gerkesklooster heeft daartoe veel bijgedragen aan werk en organisatie. Misschien is de gevonden klepzijl wel door deze monnikken gemaakt. Nu kun je droogvoets via Pieterzijl, Kommerzijl, Munnikezijl, Kommerzijl en Lauwerszijl door een mooi landschap naar Lauwersoog rijden.

Een slinger van aangeslibde zeeklei

De Stiboka (Stichting voor Bodemkartering) geeft kaarten uit waarop in kleuren de diverse grondsoorten zijn aangegeven. De omgeving van Buitenpost is een bontgekleurd gebied op die kaart, maar wat wil je ook met alle soorten zand, veen en kleigronden die hier voorkomen. En ding valt op, dat is een smalle lichtgroen gekleurde slinger op de kaart die, vanaf de hoge zandgronden van Drogeham, het Nonnepaed, Oude Dijk, Lutkepost, Dijkhuisterweg en Dijkhuizen volgt. De bijbehorende omschrijving kleur geeft aan dat dit aangeslibde zeeklei is. Dit trac is vroeger een riviertje geweest dat, met de stijging van de zeespiegel, door de eeuwen heen, volgeslibd is. In 1969 kreeg de gemeente subsidie om het Nonnepaed te verharden. In verband met de werkgelegenheid werd de voorwaarde gesteld dat het werk in handkracht moest worden uitgevoerd. Tijdens de uitvoering bleek al snel dat iedere grondwerker een emmer water bij zich moest hebben om de spade nat te houden, anders kon hij de kwade grond niet kwijt raken. In de volksmond dankt het Nonnepaed haar naam aan de nonnen die vroeger hierlangs van Veenklooster naar Buweklooster liepen. Gezien het bovenstaande konden ze dat niet op naaldhakken doen. Nu maken we ‘s zomers graag een ommetje op de fiets langs deze weggetjes. Vooral op Dijkhuizen valt het op dat de weg en naaste omgeving hoger ligt dan de aangrenzende landen. Je hebt het gevoel dat je op een oude zeedijk fietst. In de geologie noemt men dat een omkering van het relif, waar vroeger een geul lag, ligt nu een rug omdat veen inklinkt en klei niet. Mooie theorie.

Meten is weten

Om daar een beeld van te krijgen hebben de heer S. de Haan en ikzelf in 1987 boringen gedaan. Dwars over Dijkhuizen, ter hoogte van de boerderij van Turkstra, hebben we via een vijftigtal boringen tot aan het vaste zand, een dwarsprofiel kunnen maken van het riviertje dat hier vroeger moet hebben gelopen. Uit dit profiel blijkt dat de vaste zandlaag over een breedte van 500 meter ongeveer 3 meter dieper ligt. Voordat het zoute zeewater hier invloed had, was het riviertje al aan het dichtgroeien. Dit blijkt uit de aangeboorde laag veen van plaatselijk wel 3 centimeter dik. In latere tijden is dit door de stijgende zeespiegel afgedekt met klei. Het veen is ingeklonken, de klei niet.

de zeespiegelstijging en Buitenpost

De zeespiegel blijft stijgen

Tijdens de storm van oktober 2002 was de hoogwaterstand 2,79 +NAP (meetpunt Rijkswaterstaat Schiermonnikoog). Deze hoogte is met een stippellijn in het profiel aangegeven en ligt ongeveer 2,5 meter boven de kruin van de weg. Als je zomers een ommetje fietst, dan kun je dankzij het “dichtslibben” dat over een vroeger riviertje doen en dankzij de dijk op Deltahoogte (8,80 meter boven NAP) weer droog thuiskomen.