De Kersttijd is gezellig! Half Buitenpost (zoals dat dan heet) ontmoette elkaar op de Kerstmarkt, zaterdag 7 december, er worden op grote schaal kerstbomen ingekocht, tuinen en gevels worden getooid met lichtjes, en binnen creren we zo veel mogelijk sfeer. Maar de Kersttijd heeft ook een andere kant. Voor mensen die niet in een familie- of vriendenverband opgenomen zijn, bijvoorbeeld. Zij voelen hun eenzaamheid sterker dan anders. Ik groet hen vanaf deze plaats hartelijk en wens hun toe dat er misschien onverwacht ook voor hen lichtpuntjes opdoemen.

Die andere kant is er ook voor de natuur. Dit is de periode dat de herfst overgaat naar de echte winter, en die winter kan een echte overlevingsstrijd opleveren. Daar is de natuur op voorbereid. In de herfst is er gewoonlijk een overvloed aan spinnetjes, bessen en zaden. En daar hebben de vogels die hier blijven of uit noordelijke en oostelijke streken hier gekomen zijn zich flink mee opgevet. Zelf gooi ik er dan nog wat extra vogelvoer voor in de strijd. Het is in onze tuin dan ook een ge-kwetter en gefladder van jewelste: hl veel mezen (er blijkt een invasie gaande uit Oost-Europa), mussen, ringmussen, spreeuwen, vinken, groenlingen, enkele merels (veel minder dan andere jaren), houtduiven, tortelduiven, een koppel bonte specht, wat eksters, een paar Vlaamse gaaien, een winterkoninkje, een roodborstje. (Geen kepen dit jaar, vorig jaar waren het er tientallen die de hele winter te gast bleven.) Al dat gevogelde zou het tot nog toe ook wel zonder onze voedering overleven, maar het geeft zo’n levendigheid n het leert ze dat je hier een toevlucht hebt in echt barre tijden. Tot begin december was ‘onze’ egel zelfs nog actief in de tuin. Hij of zij (ik heb de indruk dat het er n is) verblijft onder een takkenhoop in een rommelhoekje. Die deed zich te goed aan uit de silo’s gevallen vogelzaad. Maar het lijkt erop dat hij nu in winterslaap is.

In de plantenwereld zijn er diverse strategien om barre tijden te overleven. Die barre tijden zijn voor planten natuurlijk anders dan voor warmbloedige dieren. Voor een grote groep is de winter met kou en vocht de barre tijd, voor een kleinere groep de zomer met warmte en droogte. De eerste groep heeft allerlei strategien, maar n daarvan doet zich voor bij de zomerannuellen: eenjarige planten die in het voorjaar of de voorzomer uit zaad opkomen, in de zomer bloeien en zaad vormen vr de herfst. Zo’n zaadje is in wezen niet veel anders dan een opgevouwen plantje met een beschermend coconnetje eromheen. De tweede groep, voor wie de zomer dus de barre tijd is, heeft ook diverse strategien: je vr de zomer terugtrekken in bol, knol of wortelstok zoals narcissen, Speenkruid en Bosanemoon bijvoorbeeld. Of zulke planten volgen de strategie van de winterannuellen: je hebt je vr de zomer teruggetrokken in veilige zaadjes en in de herfst maak je alvast compacte plantjes aan die de winter-kou goed aan kunnen. Als dan het voorjaar losbarst, maak je een vliegende start om weer vr de zomerdroogte zaad te vormen. Voorbeelden daarvan zijn de Vroegeling en de Kleine veldkers. Die laatste heet in het Fries ‘Lytse pinksterblom’ en die komt in vrijwel elke tuin en elk plantsoen met open grond rijkelijk voor.

foto van plant kleine veldkers

Kleine veldkers, ofwel ‘Lytse Pinksterblom’. (Bron: Verspreidingsatlas.nl)

Nu maken Pinksterbloem en Kleine veldkers deel uit van een behoorlijk lastig geslacht, Cardamine, de soorten lijken vaak nogal op elkaar. De laatste jaren verschijnen er ineens nieuwe soorten met een Aziatische herkomst. Ze komen waarschijnlijk mee met ingevoerde bonsaiboompjes en andere in tuinen gewilde sierplanten. Zo’n nieuwkomer is de Aziatische veldkers. Die is in 2013 voor het eerst in Nederland herkend, en voor het noorden was dat in 2015... in Buitenpost. Kleine veldkers heeft aan z’n stengelvoet een ring van bladeren, een bladrozet. De Aziatische veldkers heeft dat niet, die is veel losser. En die heeft ook verspreid door de plant heel kenmerkende drielobbige blaadjes. Zie de foto.

foto van plant aziatische veldkers

Aziatische veldkers (Bron: Verspreidingsatlas.nl)

Het bijzondere is dat het om een heel vroege bloeier gaat, praktisch is de bloem gewoon een winterbloeier. Hij bloeit nu al volop en komt overal in Buitenpost voor inmiddels: in de buurt van het station vooral, waar hij het eerst werd gezien, en verder verspreid in het hele dorp. Je bent bij zo’n snelle uitbreiding al gauw geneigd te denken aan een ‘invasieve exoot’, een lastpak dus. Maar dat valt bij deze soort wel mee omdat hij in deze barre tijd het rijk voor zich alleen heeft, die verdringt geen andere soorten.