Buitenpost 1650

Buitenpost 1650 document

Groot was mijn verbazing toen ik in Romershoven in België op bezoek was bij mijn broer en daar in een boek uit 1650 ineens Buitenpost tegenkwam. Het is sowieso opmerkelijk dat elke keer als ik hier ben bij mijn familie, dit vermoedelijk het enige gezin is waar het Fries naast het Vlaams gesproken wordt. Het artikel waarin ik Achtkarspelen en Buitenpost tegenkwam stond in de Friesche Vrijheidt (1650), wat gaat over de bestuur inrichting van het gezag en de rechten in Friesland. Interessant is om te weten dat dit niet de vroegste beschrijving is van recht en gezag in Friesland, maar dat er stukken in het oud Friesch zijn, waarin de rechtsvorm zelfs nog voor de Romeinse schriftelijke beschrijving van de noordelijke regio al had plaatsgevonden. Het Fries had één van de eerste Germaanse beschrijvingen van Recht. Het Lex Frisionum (800) onder Karel de Grote. Friesland was te ver van de invloed van de Roomse keizer en regelde in de praktijk het eigen bestuur en rechtspraak tot ca 1498. Onder Napoleon werd in 1810 met de Code Penal de rechtspraak universeel en was tot die tijd regionaal geregeld. In de bijlage staat een korte topografische en bestuurlijke beschrijving van onze regio. Onder meer is er de beschrijving van de Maria kerk in Buitenpost die door de ‘ingelegerde soldaten’, in 1594 door brand werd beschadigd en daarna hersteld. Hier in Buitenpost was er een Grietman, de voorloper van burgemeester en deels voorloper van kantongerecht. Zijn naam was Livius (Lieuwe) van Scheltinga. Rechtspraak in die tijd was geen sinecure. Wie geen geld had om een boete te betalen kreeg lijfstraf. Deze werden vaak uitgevoerd met messen, priemen, bijlen en brandijzers. Godslastering werd vaak bestraft met het doorsteken of afsnijden van de tong…. Bedelen of een kleine diefstal kostte je een oor of het puntje van de neus. In oude Friese documentatie is er zelfs sprake van een snoek, die veroordeeld werd voor de aantasting van de visstand. Hij werd veroordeeld tot de verdrinkingsdoodstraf!

Douwe Fennema